Krokodillen in de Varkensbaai
De rit van Vinales naar Cienfuegos is één van de langste die we voor de boeg hebben, rond de vijfhonderd kilometer. Het idee om een groot deel hiervan binnendoor te doen hebben we de afgelopen dagen laten varen; naast de slechte staat van de wegen, is dit landschappelijk gezien niet het mooiste deel van Cuba. We kiezen voor de snelweg naar Havana, voor mij een goede gelegenheid om zelf achter het stuur te kruipen. De drukte kan het probleem niet zijn. Een eind buiten Havana pakken we de weg langs de Varkensbaai op. Het gebied waar de communistische Cubanen de agressie van het kapitalistische Amerika definitief van zich af wist te keren. Achtenveertig monumenten herinneren aan de gesneuvelde Cubaaanse soldaten. De 115 omgekomen burgers moeten het doen met één monument, waar we al voorbij zijn gereden voordat we wisten dat het er was.Vlak voordat we de snelweg afdraaien, nodigt een barretje langs de kant van de weg ons uit voor een kop koffie. Het barretje is één van een rijtje loketten, waarvan de meeste tralies ervoor hebben. Daarachter vindt de verkoop plaats van sterke drank, voornamelijk rum, sigaretten en andere exclusieve waar. De koffieverkoop is gelukkig vrij, maar ook dit is een Cubaanse plek en er vindt een wisseltruc van CUC's en CUP's plaats, vermoedelijk niet geheel in ons voordeel. Het armoedige leven is geen aanleiding ons daar erg druk over te maken en we genieten van een goede bak Cubaanse koffie.
De Varkensbaai ligt middenin het Parque Nacional Cienaga de Zapata,een enorm moerasgebied.Het is vlak en drassig tot zover als we kunnen kijken. We bezoeken een krokodillenfokkerij. De Cubaanse krokodil is een stuk kleiner dan die in de Amerika. In betonnen bakken met hoge hekken eromheen zwemmen en vooral liggen krokodillen van verschillende leeftijd en omvang. Ze liggen veelal doodstil op een kluitje alsof het stenen beelden zijn. De geopende bekken lijken klaar om toe te happen, het dient slechts ter afkoeling. We mogen een kleine krokodil, met dichtgebonden bek, aanraken en er eentje voeren. Dat laatste geloof ik wel, we vinden ze zo al indrukwekkend genoeg.Een paar kilometer verder strijken we neer op een koele veranda van een parador, een thuisrestaurant. 'Waar komen jullie vandaan', vraagt de eigenaar in het Spaans. Even later komt hij terug met een keurig, handgeschreven, in het Nederlands geschreven menukaart. Er staan spannende gerechten op, waaronder krokodillenstaart. We kunnen het aanraden!
De kust van de Varkensbaai is verrassend mooi. De diepblauwe oceaan klapt met witschuimende golven op afwisselend een rotsachtige kust, dan weer op lieflijke zandstranden waar afdakjes van palmbladeren wachten op de badgasten.Op één van de takken in het struikgewas ontwaren we een kleine leguaan of misschien is het gewoon een grote hagedis met krulstaart.
Cienfuegos
Na het hotel met oost-Europees communistische uitstraling in Soroa is het fijn weer in een casa bij mensen thuis te overnachten. Een brede allee met bomen in het midden loopt langs het centrum van Cienfuegos. Aan beide zijde wordt de allee begrensd door voormalige winkelpanden met pilaren voor een galerij, vaal geworden pasteltinten op de gevels voeren de boventoon. Winkels zitten er tegenwoordig nauwelijks meer.De allee vervolgt haar weg langs de baai die uitmondt in de Caraïbische Zee. Halverwege de landtong begint een relatief luxe villawijk. Ondanks de ook hier erbarmelijk slechte wegen, heeft de wijk een deftige uitstraling. De vrijstaande villa's worden elk door één familie bewoond, de tuinen zijn ruim en er staan flinke hekken omheen. De eigenaren van Casa Amarilla hebben drie kamers met een heerlijke douche en buiten zijn er verschillende zitjes met schommelstoelen waar we met een cerveza bij kunnen komen van de lange en warme rijdag.
Net als vele andere toeristen wordt ons een vrij luxe restaurant aangeraden. Langs enkele rijk verlichte paleisjes, waaronder een echte Club, komen we bij de fraai aan het water gelegen restaurant. We trakteren onszelf op een kleurrijke cocktail. Op de menukaart staan relatief dure gerechten, maar wat we krijgen valt ons eigenlijk tegen. Het bord van Martijn wijkt niet heel veel af van onze dagelijkse kost en ik moet het doen met een hoopje in knoflook gegrilde garnalen. Lekker hoor, maar niet erg bijzonder. Een toetje dan maar en morgen gewoon weer pollo, porc of beef.
De zondagmorgen benutten we om de stad te verkennen. Eerst rijden we naar het verste puntje waar Art Deco villa's laten zien hoe rijk Cienfuego is geweest. Helemaal op de punt van het schiereiland ligt een park met speeltuin en paviljoen waar vissers hun maal voor vandaag binnenhalen. Op een hek voor één van de villa's waarbij ik visioenen van een B&B krijg, staat een A en een M. Durf ik te geloven in voorbestemming?
Onze volgende stop is het historische centrum van Cienfuegos. Voor het eerst lopen we door een soort van echte winkelstraat ingericht als voetgangersgebied en we staan versteld van de drukte die er voor tienen al heerst. De straat komt uit op het centrale plein met zowaar allemaal opgeknapte en goed geschilderde gebouwen, waaronder een triomfboog uit 1902 en een prachtig gedetailleerde muziektent. Onder de galerij rondom het plein staan verschillende kraampjes waaronder een postkantoortje waar we bij twee dames met allebei een bril op het puntje van hun neus ansichtkaarten en postzegels kopen.We kunnen tegen een paar extra peso's ook zegels van Che kopen, maar vooralsnog zijn we er niet zeker van dat de kaarten ooit aan gaan komen. Bij gebrek aan zakjes of ander verpakkingsmateriaal, vouwen de dames kunstige enveloppen van velletjes blanco papier.
We
strijken neer op een koel terras onder de galerij en genieten van het
leven om ons heen: karaktervolle koppen, opa en oma met pothelmpje op de
scooter of de motor, glimmende oude Amerikaanse auto's die Cubanen af
en aan voeren die hun zondag onder het genot van livemuziek door willen
brengen in de stad, stelletjes die hand in hand lopen en gezinnen op weg
naar de winkelstraat. Achter ons stelt een driemansbandje zich op;
bassist, gitarist en een zangeres. Ze zingen en spelen een mix van ballades en zwoele salsaritmes. Met een tweede kopje koffie
kunnen we de zondagmorgen niet swingender doorbrengen.
Trinidad
Veel kilometers hoeven we vandaag niet te maken. Na de swingende start in Cienfuegos, nemen we ons gemak op de route naar Trinidad, we hebben morgen een volle dag om dit Unesco Werelderfgoed te verkennen. Stranden zijn er in overvloed en het is er lekker rustig, want het is tenslotte winter (dertig graden buitentemperatuur en zeewater dat aanvoelt als aangenaam badwater), dus de Cubanen zelf zijn nauwelijks op het strand te vinden. De weg kringelt zich via sierlijke viaducten om de baaien en daaronder staan de parasollen van gedroogde palmbladeren klaar. Bij een sacherijnige barkeeper huren we twee ligstoelen en decadent strekken we ons uit onder de parasol. Beetje poedelen, beetje lezen, beetje doezelen, het lijkt wel vakantie.Ondanks alle waarschuwingen over het doolhof aan smalle straatjes weten we het Hostel Giroud snel te vinden. Alleen vlak voor het gezochte straatje begint het afgesloten voetgangersgebied en we eindigen voor een kunstzinnig gesmeed hek met een agent in uniform ernaast. Ik wijs het adres van ons hostel aan op de voucher en hij zwaait het hek open, 'de eerste weg rechts' zegt hij en we kunnen voor de deur parkeren. In het straatje wordt druk gebouwd en verbouwd, op de bouwborden lezen we dat alles - gefinancierd met Unesco-geld eind 2013 of 2014 gereed had moeten zijn. Ach ook in Nederland halen we de planning niet altijd. Via een smalle trap bereiken we de tweede verdieping, waar twee kamers rond een heerlijk dakterras liggen. Over de balustrade leunend slaan we in alle rust de reuring in dit toeristische open-luchtmuseum gade: rode pannendaken, straatjes met ronde keien, kerktorens, watertanks op de daken, scholieren in uniform die weer naar huis gaan, Cubanen die hun sigaren willen verkopen aan toeristen, en gesprekken tussen buren vanachter de raamloze getraliede erkers, waar deze stad beroemd om is.
In Trinidad wordt het duidelijk dat het ondernemerschap voorzichtig aan in ontwikkeling is.Julio en zijn vrouw zijn niet de enige die een casa zijn begonnen. Te zien aan alle pandjes die goed in de verf zitten of die een verzorgd dakterras hebben, weten velen een graantje mee te pikken van de beperkte vrijheden die Raoul Castro toestaat. Hoeveel de eigenaren moeten afstaan aan de staat, weten we niet.
Onze eigenaar heeft zelfs een eigen restaurantje beneden met meer afwisselende gerechten dan we tot nu toe zijn tegengekomen en een keur aan overheerlijke cocktails. We laten een cocktail bovenkomen. Diverse restauranthouders in de stad doen hun best de toerist voor hen te winnen, de inrichtingen zijn met zorg samengesteld en verwijzen vaak naar het Afrikaanse verleden van de bewoners. Het enige waar we gek van worden zijn alle 'loopjongens' die vasthoudend zijn in je te verlokken om in 'hun' restaurant te eten.
We sluiten de avond af met een wandeling door nachtelijk Trinidad. De stad is sfeervol verlicht en ook hier klinkt binnen en buiten overal muziek. Op de beroemde trappen van de Plaza Mayor laten we alle indrukken op ons inwerken.
Een dagje op de bouw aan de overkant van onze casa. De eerste mannen zijn al vroeg aanwezig, ze hangen een tijdje beneden bij de ingang van het te verbouwen pand. De eigenaar van de casa maakt een praatje met ze, want hij heeft problemen met de watervoorziening. Verder gebeurt er niets. Enige tijd later manoeuvreert een jonge Cubaan heel handig paard en wagen omgekeerd in het straatje en de eerste bouwmaterialen worden met de hand uitgeladen en met kruiwagens verder verspreid. Dat was het voorlopig even. Tijdens ons ontbijt lopen de mannen naar boven en bekijken uitgebreid de werkzaamheden van gisteren en bespreken de plannen voor vandaag. Daar moeten ze nog even goed over nadenken. Misschien eerst een bakje koffie?
Wij verkennen het hele stadje, bij voorkeur ook de achterafstraatjes, waar we bijna zonder andere toeristen langs de veranda's, betraliede erkers en de kleine aan-huiswinkeltjes slenteren. De erkertjes hebben geen glazen ramen, vanwege de warmte staan de luiken open en door de rijk bewerkte tralies kunnen we fijn naar binnen kijken. In de meeste gevallen is het binnen huislijk ingericht.
Rond en op de pleintjes is het een levendige drukte. Mannen met vogels in kooitjes zitten op de banken met elkaar te praten, de scholieren in uniform gaan weer naar school, venters prijzen hun waren aan, iedereen staat in de rij voor telefoonwinkels en met mensen afgeladen vervoermiddelen persen zich door de straatjes. In de autovrije straten lopen verkopers huis aan huis met een paar stukken vlees of zakken groente en af en toe is er een loketje waar goederen op de bon of dagelijkse levensbehoeften worden verkocht. In de meer toeristische delen zijn er marktjes met ambachtelijke producten. We bezoeken het huis van een vroegere suikerbaron en het architectuurmuseum. Het huis laat de welvaart van begin vorige eeuw zien, het museum mist de hand van een moderne museuminrichter. De kleine Spaanse lettertjes duizelen ons al snel en met moeite weten we de Spaanstalige dame die ons standvastig rond blijft leiden, van ons af te schudden. Buiten worden we weer helemaal vrolijk van de salsabandjes.
Peninsula de Ancón
Trinidad ligt in het noorden aan de voet van het Escambraygebergte en in het zuiden aan de rand van Penninsula de Ancon. 's Middags brengen we aan beide een bezoek. In de bergen worden de wegen al snel slechter en we beperken ons tot de mirador en het kuuroord Topes de Collantes. Vanaf het uitzichtpunt kun je zowel een eind de bergen in kijken als uitkijken over de zee en er groeien verschillende bloeiende cactussen. Het kuuroord is van vergane communistische glorie: veel meer dan vervallen flats krijgen we niet te zien.Het weer betrekt en er hangen dreigende wolken boven zee als we het schiereiland op rijden en de kust verkennen. Het leidt tot woeste plaatjes en het weerhoudt ons er niet van even bij te komen op het strand en een duik in het evengoed warme water te nemen. Als we nog even in het haventje op de punt van het eiland gaan kijken, staart de Cubaanse conciërge ons vreemd aan. Wie wil er nu iets anders zien dan het strand.
Valle de los Ingénios: Suikermolens
Vanuit Trinidad rijd je gemakkelijk de Valle de los Ingénios in, de vallei van de suikerplantages waar Trinidad haar welvaart aan dankt. Nog steeds worden er in de vruchtbare vallei veel producten verbouwd, voor zover we kunnen zien niet alleen suikerriet, maar ook koffie, kokosnoten en mango's. Bij de mirador geven een paar 'gaucho's met grote manchete-messen een demonstratie in het verwerken van suikerriet.Even verder ligt een dorpje waar de slaventoren van waaruit de slaven vroeger in de gaten werden gehouden, nog overeind staat. Ook het huis van de suikerbaron compleet met haar pracht en praal staat er nog en is ingericht als museum. Om er te komen moeten we, zoals op meerdere plekken, de spoorbaan die het achterland met Havana verbindt, oversteken. Soms steekt je zelfs op die manier de snelweg over. Stoppen en kijken of er geen trein aan komt voordat je overrijdt, is geboden. Er lopen zelfs een paar mensen in de richting van het stationsgebouw. Gedurende de hele vakantie hebben we één keer een trein zien rijden en ook een keer een lorrie door een paar mannen voortbewogen.
De spierwitte vogels op de struik zijn ibissen. Het is de enige keer dat we een hele groep bij elkaar zien zitten. De vogels voeden zich met insecten die zich in de vacht van koeien, paarden en ossen bevinden. Meestal begeleiden één of twee vogels een beest in de wei. Het is een grappig gezicht wanneer zo'n groot beest samen met zijn eigen vogel in het gras graast.
Santa Spiritus
Op zoek naar een tankstation rijden we ongepland het stadje Santa Spiritus binnen. Het is een welkome onderbreking van het relatief saaie stuk door een vlak terrein met uitgestrekte plantages waar doorheen we naar Camagüey rijden. Het overrompelt ons iedere keer als we de stadsgrens passeren en terecht komen in een explosie aan mensen, geluiden en vervoermiddelen. Iedereen is buiten en iedereen lijkt op pad. Zonder vervoermiddelen ben je waarschijnlijk altijd onderweg.Naar het centrum toe worden de straten smaller en drukker en de stoepen hoger. Het centrum wordt gedomineerd door een felblauw geschilderde kerk aan een plein met restaurantjes en winkeltjes. De benzinestations die we vinden, hebben niet de benzine die wij zoeken, maar als we net de stad weer uitrijden, komen we er meteen een tegen. De omweg was niet nodig geweest, maar wel leuk.
Camagüey
Camagüey zou volgens de beschrijving vanwege al het eenrichtingsverkeer nog lastiger te doorkruisen zijn dan Trinidad. Toch lukt het ons ook hier om zonder hulp van een voorfietser het hotel te bereiken, alleen daar kunnen we niet parkeren. Voor we het doorhebben staan zowel twee politieagenten als de kruier van hotel Colon voor onze neus en worden we met drie keer links naar een parkeerplaats geleid. Voor twee CUC kunnen we ons witte karretje met een gerust hart aan de van overheidswege ingestelde parkeerwacht overlaten.Hotel Colon, vernoemd naar de ontdekkingsreiziger Christobal Colon, bij ons bekend als Christopher Columbus, is een fraai koloniaal hotel in het midden van de stad. Alle kamers liggen op de begane grond of de eerste verdieping rond een binnenplaats. Dat blijkt later ook meteen het nadeel te zijn: 's avonds blijft de bar met muziek lang doorgaan en 's ochtends begint al vroeg het ontbijt in de binnentuin.
Camagüey vind ik een zeer charmant stadje, niet te groot en niet te toeristisch. Naast een autovrije winkelstraat zijn er vooral veel gezellige pleintjes met allemaal hun eigen karakter en natuurlijk een kerk.Op sommige pleinen draait het om kunst, bij andere om café's en cocktails of restaurants, sommige pleintjes zijn rustig en ingetogen, andere uitbundig en swingend. De smalle straatjes die de pleinen met elkaar verbinden geven een mooi beeld van het dagelijkse leven in de stad.
Wat erg relaxed is in deze stad, is dat het minder op toeristen is ingesteld. Er wordt minder getoeterd en niet één keer roept iemand 'taxi' naar ons. Er zijn geen Cubanen die sigaren aan ons willen verkopen of nog wel een plekje weten waar commandant Che Guevara heeft gewoond, gewerkt, geslapen of getypt. We kunnen rustig ons eigen tempo aanhouden en onze eigen dingen doen. En zelfs de restaurants en kroegen zijn Cubaans: manjana is too fast.













































Mooie reis! Oeh, die auto's die doen het hem ;). Er valt nog wat te schrijven volgens mij toch? Maar dat komt wel goed denk ik ;). Groet, Ben
BeantwoordenVerwijderen
BeantwoordenVerwijderenIedere dag een stukje. In Rusland hield ik het elke dag bij, dat werd vaak wel nachtwerk, dus niet echt ontspannend. Maar sterker nog, er was gewoon geen wifi. Kijk over een paar dagen nog maar een keer en ondertussen zal ik je nog een paar (waarschijnlijk Mexicaanse) Kevers sturen. op De steden: 500 jaar oud